Omringd door zorg, toch niet veilig

In 2010 ontstond veel publiciteit rond seksueel misbruik van kinderen door geestelijken van de rooms-katholieke kerk. Naar aanleiding daarvan besloten de Nederlandse ministers van Justitie en voor Jeugd en Gezin een commissie in te stellen, commissie Samson, die onderzoek moest doen naar seksueel misbruik van minderjarigen die onder verantwoordelijkheid van de overheid waren geplaatst in instellingen en bij pleeggezinnen.
Daarnaast had de commissie tot taak te onderzoeken hoe de overheid had gereageerd op eventuele signalen van kindermisbruik.
Ten slotte had de commissie tot taak te onderzoeken hoe tijdens de instelling van die commissie de mechanismen rond signalering van seksueel misbruik functioneerden.
Daarbij is bepaald dat dit onderzoek betrekking zou hebben op de periode 1945-2010.

De commissie startte haar werkzaamheden op 10 augustus 2010 en werd per 1 januari 2013 opgeheven.

Eindrapport
Op 8 oktober 2012 bracht de commissie haar eindverslag uit onder de titel Omringd door zorg, toch niet veilig. Seksueel misbruik van door de overheid uit huis geplaatste kinderen, 1945 tot heden.

Conclusies van de commissie waren
• De overheid is gedurende de gehele onderzochte periode bekend geweest met het vóórkomen van seksueel misbruik van door haar uit huis geplaatste kinderen. Van de gevolgen voor het kind heeft ze, net als de rest van de samenleving, jarenlang vrijwel geen weet, evenmin als van de mate waarin het voorkomt. Er zijn weinig zaken in het strafrechtelijk traject terechtgekomen.
Waar dat wel is gebeurd, is begrijpelijk gereageerd.
Met de in 1990 door haarzelf geuite wens inzicht te krijgen in aard en omvang van seksueel misbruik in instellingen voor jeugdhulpverlening is door de overheid twintig jaar lang niets gedaan. Het ministerie van VWS heeft de ontwikkeling van beleid te veel overgelaten aan de sector; het ministerie van VenJ heeft wel een sturende rol vervuld.

• Er is altijd sprake geweest van seksueel misbruik in de residentiële jeugdzorg en de pleegzorg. In de residentiële jeugdzorg is het risico ruim 2,5 keer zo hoog als bij de gemiddelde Nederlandse jeugd. Meisjes zijn ruim twee keer zo vaak slachtoffer als jongens, en kinderen met een (licht) verstandelijke beperking lijken drie keer vaker slachtoffer te zijn dan uit huis geplaatste
kinderen zonder (licht) verstandelijke beperking.

• Meer dan de helft van de plegers is een leeftijdgenoot, vaak een groepsgenoot. De volwassen daders hebben geen opvallende kenmerken. Verreweg de meeste daders hebben niet bij de aanvang van het werk als groepsleider of pleegouder de intentie om kinderen seksueel te misbruiken. Het is niet waarschijnlijk dat additionele screening seksueel misbruik kan voorkomen.

• De sector is onvoldoende in staat om seksuele problematiek te onderkennen, bespreekbaar te maken en adequaat in te grijpen.

• Algemene problemen rond samenwerking, communicatie en regie in de residentiële jeugdzorg en de pleegzorg zijn extra manifest rond signalering van seksueel misbruik. Dit hangt samen met de complexiteit van dit verschijnsel en de impact die het heeft op alle betrokkenen. Werken aan deze algemene problemen dient daarom hand in hand te gaan met investering in de professionaliteit die deze complexiteit vergt.

Aanbevelingen
De commissie gaat ervan uit dat maatregelen gericht op de directe omgeving van het kind de grootste bijdrage kunnen leveren om seksueel misbruik te voorkomen en tijdig aan het licht te brengen. Daarom adviseert zij de kwaliteit zo veel mogelijk daar te verbeteren.
De aanbevelingen zijn geordend naar acht thema’s, te beginnen met

A. professionalisering. Op alle niveaus is een serieuze professionalisering van de sector nodig op het terrein van seksualiteit,(ongezonde) seksuele ontwikkeling en seksueel misbruik van kinderen en jongeren.
B. richten zich op de twee ringen direct om het kind.
C. de residentiële jeugdzorg
D. de pleegzorg.
E. het systeem van de residentiële jeugdzorg en de pleegzorg
F. de politiek.
G. Een aantal algemene noties zijn aan het veld, de politiek en maatschappij, beveelt nader wetenschappelijk onderzoek aan .
H. Ten slotte gaat de commissie in op de implementatie .

De ministerie is zich inmiddels bewust van de ernst van het probleem en werkt aan een kwaliteitskader voor de aangesloten organisaties.
Seksueel misbruik in de residentiële jeugdzorg en de pleegzorg is een complex en een taai probleem, waar geen eenvoudige oplossingen voor zijn. Het vergt een meervoudige aanpak, commitment van iedereen – van ‘hoog tot laag’ – die hierin verantwoordelijkheid draagt. Het vraagt tevens een lange adem van politici en beleidsmakers en een brede maatschappelijke onderkenning dat risico’s bij het werken in de residentiële jeugdzorg en de pleegzorg onontkoombaar zijn.
Aanvraag van financiële compensatie door slachtoffers werden voor een groot deel niet toegekend.

Trouw, 14 februari 2013,
Samson: ‘Oorverdovend stil’ rond misbruik
Het kabinet is ‘oorverdovend stil’ over de aanpak van kindermisbruik in instellingen en pleeggezinnen. Dat zegt voorzitter Rieke Samson van de commissie die het seksueel misbruik onderzocht, in een interview donderdag in Trouw. De commissie-Samson kwam in oktober met haar conclusies en aanbevelingen.

Samson richt haar pijlen op het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Dat schuift volgens haar veel werk door naar anderen. ‘Maar op het ministerie verandert niets. Dat is nog even afstandelijk als altijd. Het heeft alles weggeregeld. En nu zit iedereen op elkaar te wachten.’
Als voorbeeld noemt Samson de gemeenten, die in 2015 verantwoordelijk worden voor de jeugdzorg in Nederland. ‘Zijn de gemeenten wel klaar om de verantwoordelijkheid over te nemen voor die zware categorie jongeren? Als je dat aan het ministerie vraagt, krijg je een keurige opsomming van wat ze allemaal geregeld hebben. Op papier klopt dat ook wel. Maar ze gaan niet kijken bij de gemeenten zelf, of die wel toegerust zijn voor hun nieuwe taak’, zegt Samson daarover.

Ook bij de opleiding van nieuwe jeugdwerkers ziet Samson problemen. Zo wordt op mbo-scholen geen les gegeven over normale seksuele ontwikkeling van kinderen. ‘Mensen met een mbo-opleiding zijn immers niet verantwoordelijk voor de behandeling van kinderen. Maar daar gaat het niet om. ’s Avonds, als je alleen met een kind staat af te wassen, op een werkplaats waar je kinderen leert timmeren of in een kapsalon waar je meisjes leert kappen: dat zijn de momenten waarop je met een kind tot vertrouwelijke gesprekken kunt komen. Dat moet je dan wel kunnen.’