Misbruik in de Katholieke Kerk

Seksueel misbruik binnen de Rooms-Katholieke Kerk kreeg sinds eind twintigste eeuw veel aandacht in de media na tal van onthullingen van seksueel misbruik van minderjarigen door priesters en andere religieuzen. Het misbruik speelde zich vooral af in de jaren vijftig tot en met de jaren tachtig van de twintigste eeuw, maar kwam pas decennia later in volle omvang naar buiten. Sommige van de seksuele misbruiken kwamen voor het gerecht, andere werden door de kerkelijke overheid intern geregeld, vaak toegedekt of door betrokkenen afgekocht. Het probleem was niet alleen de gevallen van seksueel misbruik zelf, maar ook de gebrekkige wijze waarop de autoriteiten binnen de Rooms-Katholieke Kerk met het seksueel misbruik omgingen.

Canada
Canada was een van de eerste landen waar misbruik binnen de Katholieke Kerk in de publiciteit kwam. In 1989 kwam misbruik in een weeshuis in Newfoundland in de media. In 1990 verscheen er een onderzoeksrapport naar de gebeurtenissen in het aartsbisdom St. John’s.

Verenigde Staten
De eerste aangiften van pedofilie, vooral met betrekking tot misbruik van minderjarige tienerjongens, in de Amerikaanse Katholieke Kerk gebeurde eind jaren tachtig. Een regionale krant The Boston Globe, onderzocht na een melding van een slachtoffer over het misbruik in de Rooms Katholieke kerk in Boston. Een melding, die vergeten in de la had gelegen.

De diepgravend en niet aflatende onderzoeksjournalistiek van de Boston Globe heeft in januari 2002 geleid tot publicatie over misbruik in het aartsbisdom Boston. Deze publiciteit leidde tot verder grootschalig onderzoek.

In 2003 verscheen er een officieel rapport over het misbruik in dit bisdom, opgesteld door het Amerikaans Openbaar Ministerie. Het rapport bevatte schokkende conclusies: 250 priesters misbruikten meer dan 789 slachtoffers en de leiders van het bisdom.

In 2004 verscheen het John Jay-rapport. Het rapport identificeerde 11.000 gevallen van misbruik. In latere jaren volgden nog meer meldingen, uiteindelijk kwam het aantal slachtoffers op 15.000. Hierbij waren 5.000 geestelijken betrokken, accepteerden dit meer dan 50 jaar lang.

In 2015 werd in de film Spotlight het onderzoek van The Boston Globe naar het misbruik in beeld gebracht.

Nederland
De publiciteit in Amerika, de diepgravend onderzoeksjournalistiek van The Boston Globe was de katalysator voor kranten wereldwijd om in eigen land het misbruik in de Katholieke Kerk te onderzoeken en te publiceren. En voor de slachtoffers een voorbeeld om gehoord te worden hun verhaal te vertellen bij de krant.

In Nederland onderzocht NRC Handelsblad het misbruik in de Katholieke Kerk, publiceerde in een langdurig reeks met steeds nieuwe onthullingen. Begin 2010 werd dan ook bekend dat in Nederland seksueel misbruik van minderjarigen had plaatsgevonden. De eerste zaak die de aandacht trok was misbruik binnen het juvenaat Don Rua door de Salesianen van Don Bosco. Deze en andere gevallen leidden tot een breder onderzoek.

Er werd door de Kerk zelf de commissie van onderzoek naar seksueel misbruik van minderjarigen in de Rooms-Katholieke Kerk onder leiding van Wim Deetman. Een kleine tweeduizend personen deden melding dat zij slachtoffer of ooggetuige waren geweest bij deze commissie. In februari 2011 vroeg de commissie aan de daders om zich te melden bij de commissie.

De commissie-Deetman vroeg en kreeg toegang tot alle archieven. In haar eerste tussenrapportage van december 2010 kritiseerde de commissie het katholieke klachtenbureau Hulp en Recht, dat in 1995 door de Kerk was ingesteld om klachten over seksueel misbruik af te handelen. Volgens de commissie had Hulp en Recht geen goede hulp geboden aan de slachtoffers.

In haar tweede tussenrapportage van november 2011 deed de commissie nadere aanbevelingen voor de afhandeling van meldingen. In december 2011 verscheen het eindrapport. Hieruit bleek dat de commissie 1795 meldingen van seksueel misbruik heeft ontvangen. De commissie stelt vast dat enkele duizenden kinderen in de periode tussen 1945 en 1985 ernstig seksueel zijn misbruikt. Hierbij hebben zich ongeveer 1000 gevallen van penetratie voorgedaan. Hierbij waren circa 800 daders betrokken.

Wanneer ook minder ernstige vormen van misbruik worden meegeteld, komt het totale aantal slachtoffers op een schatting tussen 10.000 en 20.000. Enige tienduizenden minderjarigen hebben te maken gehad met lichte, ernstige, of zeer ernstige vormen van grensoverschrijdend seksueel gedrag.

Het overgrote deel van het misbruik werd gepleegd met kinderen tussen de zes en veertien jaar. In hun latere leven ondernamen de slachtoffers veel meer suïcidepogingen dan gemiddeld. Het misbruik kwam het meest voor in de jaren vijftig en zestig en het begin van de jaren zeventig. De wijze waarop bestuurlijk verantwoordelijken zijn omgegaan met het misbruik kent ernstige tekortkomingen. Ook na het verschijnen van het eindrapport kwamen nog nieuwe gevallen van misbruik aan het licht. Een daarvan was Henk Heithuis. Heithuis deed aangifte en kreeg vervolgens zelf de schuld van het misbruik. Om hem te ‘genezen’ werd hij zelfs gecastreerd.

Eerdere aanklachten over het misbruik in de katholieke Kerk leidde tot onderzoek door de commissie-Deetman en een financiële compensatie van € 80.000 tot €120.000.

Er is door de commissie-Deetman niet onderzocht hoe hoog bij de twee hoofdgroepen van de onkerkelijken en protestants-christelijke van de niet-RK populatie is.